Sinds boek 6 BW de zogenaamde quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent afschafte, is het in de praktijk gebruikelijk dat partijen in het “hoofdcontract”[1] de buitencontractuele aansprakelijkheid van hulppersonen voor contractuele wanprestatie uitsluiten. Current werd de geldigheid van die exoneratiebedingen door een aantal auteurs specifiek voor bestuurders in vraag gesteld.[2] De kritiek steunt op artikel 2:58 WVV, …
